Postscriptum
er was een tijd
dat mijn tikken nut hadden:
orde, ritme, houvast
als een deur die in het slot valt
als een lichaam dat in een maat past
ik telde:
stappen, sigaretten, nachten
die net niet braken
maar ook niet hielden
ik hield de boel bij elkaar
want wie niet beweegt
valt niet uit elkaar
ik schreef mezelf in strakke kaders
letters als balken, hoge muren
ik dacht: dit blijft staan
ik dacht: dit ben ik
ik dacht: wie anders
ik was een tekstarchitect
tot een eerste snik klonk
en een scheur sprak:
dit klopt niet langer
er was een tijd
dat mijn tikken schraapten
gezichten uitholden
als een beeldhouwer van mensen
die op me leken
maar bij aanraking koud bleven
ik fluisterde hun namen
in verhalen zonder einde
maar niemand luisterde meer
er was een tijd
dat mijn tikken moesten snijden
bloeden, voeden, dieper voelen
dan papier
maar papier is geen huid
geen huis
geen bodem
en ik dacht:
godverdomme