Meteen naar de inhoud
Home » Gedichten

Gedichten

Postscriptum

er was een tijd
dat mijn tikken nut hadden:
orde, ritme, houvast
als een deur die in het slot valt
als een lichaam dat in een maat past

ik telde:
stappen, sigaretten, nachten
die net niet braken
maar ook niet hielden
ik hield de boel bij elkaar
want wie niet beweegt
valt niet uit elkaar

ik schreef mezelf in strakke kaders
letters als balken, hoge muren
ik dacht: dit blijft staan
ik dacht: dit ben ik
ik dacht: wie anders

ik was een tekstarchitect
tot een eerste snik klonk
en een scheur sprak:
dit klopt niet langer

er was een tijd
dat mijn tikken schraapten
gezichten uitholden
als een beeldhouwer van mensen
die op me leken
maar bij aanraking koud bleven

ik fluisterde hun namen
in verhalen zonder einde
maar niemand luisterde meer

er was een tijd
dat mijn tikken moesten snijden
bloeden, voeden, dieper voelen
dan papier

maar papier is geen huid
geen huis
geen bodem

en ik dacht:
godverdomme

Te

je bent te mooi
om de ware te zijn

dit is te waar
om mooi te zijn

Dromer

wanneer ze vragen
of je me kent
kun je zeggen
dat je het hebt geprobeerd

wanneer ze vragen
of ik je ken
zal ik zeggen
dat het dromen waren

Smakeloos

mag ik wat dressing
bij die gemengde signalen

Fiet fieuw

ik hield van je, weet je nog
toen de ochtendvogeltjes
liefdesliedjes zongen

Anders

ik ben anders
zoals ieder ander
maar dan iets anders

Kunstenaarslijf

Je vraagt me iets romantisch
op papier te zetten omdat je
de regels graag zwart op wit hebt.

De tegenstrijdigheid neem ik
voor lief zoals het meeste. Er is
toch bijna niets in het leven
dat tegelijkertijd mooi is en rijmt.

Maar poëzie op papier is wel
echter, zeg je.

Echter, het zegt niets over de waarheid
en is niet zo toekomstbestendig
als we zouden willen.

– Ja, maar

Je zoekt naar het streepje van ver-
binding, maar blijft me onderbreken.
– is een slecht teken.

Vloeien gaat soepeler in eenzaamheid.
Vrij van druk. Punt en drup, drup.

Kunstenaars moeten kunnen maken
wat er van ze wordt verlangd,
zei iemand die dacht recht te hebben
op vermaak.

Ik heb zelf ook enkele verlangens
en ben bij lange na geen kunstenaar.

Behalve zo eentje die goed is
in doen alsof, waarvan je beweert
dat dat ook een kunst is

Beledigingen kunnen me niet
in een kunstenaarslijf dwingen.

In m’n hart zie ik geen hand
voor ogen, maar als je de mijne
hardhandig opent, blijft er een
blank canvas aan de wand hangen.

Bloeden zonder pijn voelt
even kunstmatig als intelligentie
zonder hartslag. En beide worden
ontvangen met open armen.

Ik klop toch nog wel?