De storm waait
je blik klaart op
gezucht daalt neer
de storm waait
weer over
je blik klaart op
gezucht daalt neer
de storm waait
weer over
ik streef naar vrijheid
houd mijn hart
even vast
je zocht een teken
in m’n poëzie
ik ben eruit
achteraf
hoe ’t zit
ik trek aan
waarvoor
ik opensta
sluit me op
straf me af
maar ik zit
te dichten
je vingertop
’t hoogtepunt
je bent te dichtbij
om te verwonderen
we vielen
samen
met de avond
gelegen
tot de morgen stond
wikkel me
in je poëzie en
ik wil
voor je knielen
ik prevel
over liefde
of de naam
die ze ’t geven
hopende
dat je toch
in ’t bestaan
gaat geloven
dan kunnen we
samen doen alsof
in de achteruitkijkspiegel
is het vooral uitkijken
voor de vertekening
van de verte
en al wat achterligt
verblind en gespiegeld
lijkt het verleden
net beter of echter
dan rechter vooruit
door de sterren
in de voorruit
met tegenlicht