Meteen naar de inhoud
Home » Gedichten » Pagina 33

Gedichten

Virus

wie stelpt mijn hart
als de tijd niet helpt
en de pleister niet is

als wonden me alleen
maar meer verwonden
als een virus der gemis

Leesvoer

neem mij
woord voor woord
proef en herkauw
kots me uit
lik me op
ik leef voort
in jou


Helaas

je zei dat
een verlangen
wel weer verdwijnt

ik ben bang
dat je na zo lang
eerder noodzaak blijkt

Lok

men zegt
dat de wereld
aan m’n voeten ligt

maar als ze slaapt
hoor ik de maan roepen

Niets dan

weet je nog
dat wij
niets waren

dan bij elkaar
maar toch niets
meer dan dat

en dat niets
pas nog meer
dan genoeg was

maar dan is
toch weer niets
meer genoeg

Gras

koud gras
harig maar zacht
assig zwart
in het licht van de nacht

ik stel de maan scherp
en de scherf
vormt een plaatje

duidelijk was niets
maar iets maakt helder
als je ligt
en donkerte ziet

wat is belangrijk
wat is rijk
wat is dom
als je niets bent

dan slim
genoeg om te weten
dat jouw lijk
in de rij
op alle andere lijkt

na een tijd zeker
maar die is nog niet
verstreken
lijkt me

daar, kijk je
er is nog gras
assig en zwart
in het liggen
van de nacht

kom bij me
het is zacht
en belangrijk

Au

je vraagt je af
of ik nog weet
dat je jouw naam
in m’n hart sneed

– het brandt nog steeds

Tijd

het is niet dat
vandaag anders is
als gisteren
nog leeft

morgen zweeft
ter herinnering
aan de hoop
met je mee

leef je droom
is wat hij
gisteren
zei

toen ik me
herinnerde
dat voor mij
morgen altijd
morgen zal zijn

Zoals

ik ben niets
voor jou
zoals andersom
en gisteren
voor vandaag