Virus
wie stelpt mijn hart
als de tijd niet helpt
en de pleister niet is
als wonden me alleen
maar meer verwonden
als een virus der gemis
wie stelpt mijn hart
als de tijd niet helpt
en de pleister niet is
als wonden me alleen
maar meer verwonden
als een virus der gemis
neem mij
woord voor woord
proef en herkauw
kots me uit
lik me op
ik leef voort
in jou
je zei dat
een verlangen
wel weer verdwijnt
ik ben bang
dat je na zo lang
eerder noodzaak blijkt
zie je dan niet
dat waarheid
ook liegt
men zegt
dat de wereld
aan m’n voeten ligt
maar als ze slaapt
hoor ik de maan roepen
weet je nog
dat wij
niets waren
dan bij elkaar
maar toch niets
meer dan dat
en dat niets
pas nog meer
dan genoeg was
maar dan is
toch weer niets
meer genoeg
koud gras
harig maar zacht
assig zwart
in het licht van de nacht
ik stel de maan scherp
en de scherf
vormt een plaatje
duidelijk was niets
maar iets maakt helder
als je ligt
en donkerte ziet
wat is belangrijk
wat is rijk
wat is dom
als je niets bent
dan slim
genoeg om te weten
dat jouw lijk
in de rij
op alle andere lijkt
na een tijd zeker
maar die is nog niet
verstreken
lijkt me
daar, kijk je
er is nog gras
assig en zwart
in het liggen
van de nacht
kom bij me
het is zacht
en belangrijk
je vraagt je af
of ik nog weet
dat je jouw naam
in m’n hart sneed
– het brandt nog steeds
het is niet dat
vandaag anders is
als gisteren
nog leeft
morgen zweeft
ter herinnering
aan de hoop
met je mee
leef je droom
is wat hij
gisteren
zei
toen ik me
herinnerde
dat voor mij
morgen altijd
morgen zal zijn
ik ben niets
voor jou
zoals andersom
en gisteren
voor vandaag