Loos
stop met liefkozen
ik begin te walgen
van die loze
wat-alsen
stop met liefkozen
ik begin te walgen
van die loze
wat-alsen
zo’n dag
waarop ik
dacht je toch
te zijn vergeten
zo’n dag
waarop je
onverwachts
nog met alles
lijkt verweven
schat
geef je liefde maar
dan zien we daarna
hoe en wat
een jaar
dichterbij
of
verderweg
steeds vaker
veeg ik tranen
van m’n hart
zwartgeblakerd
evenals m’n longen
strepen van as
op m’n mouwen
vertellen wat altijd
al duidelijk was
water verdrietigt
en vuur vernietigt
bovendien zijn pieken
voor mij
altijd stiekem
voor het toppunt
voorbij
en golven kunnen
kalmerend zijn
maar elk uur
verstrijken
dagen tot levens
dus flikker ik
m’n hart op straat
met de kans
dat soms
de zon
erop staat
of jij
– ook goed
je breekt m’n hart
en vreest m’n reactie
maar schat
je was altijd al
m’n zelfmoordactie
je staat achter me
als een schaduw
maar waar ben je
als het donker wordt
ik vang m’n gedachten
en schrijf ze vrij
maar niet over jou
jij blijft bij mij
doe’s normaal
nee,
het nieuwe
ik ben gezwicht
nu zie ik het
met maan licht
je me op
ze legt
een zilversprei
over je schouders
waarop
ik me mag vleien
ze vormt
de golven
van je stem
alsof je m’n wens
de hemel in fluistert
naar
daar
waar
zwakke sterren
op hun bek gaan
maar vooral
als ze vallen
staan
wij sterk
wat is het toch
met jullie
hemelse lichamen
dat me bovenal
kalm maakt
maar ik zal
als jij en zij
verdwijnen en bomen
weer gaan fluiten
mijn gordijn en ogen
sluiten
want naar ’t schijnt
liegt zonlicht niet