Meteen naar de inhoud
Home » Gedichten » Pagina 34

Gedichten

Loos

stop met liefkozen
ik begin te walgen
van die loze
wat-alsen

Onverwachts

zo’n dag
waarop ik
dacht je toch
te zijn vergeten

zo’n dag
waarop je
onverwachts
nog met alles
lijkt verweven

Vuur

steeds vaker
veeg ik tranen
van m’n hart

zwartgeblakerd
evenals m’n longen

strepen van as
op m’n mouwen
vertellen wat altijd
al duidelijk was

water verdrietigt
en vuur vernietigt

bovendien zijn pieken
voor mij
altijd stiekem
voor het toppunt
voorbij

en golven kunnen
kalmerend zijn

maar elk uur
verstrijken
dagen tot levens

dus flikker ik
m’n hart op straat
met de kans
dat soms
de zon
erop staat

of jij
– ook goed

Plan

je breekt m’n hart
en vreest m’n reactie
maar schat
je was altijd al
m’n zelfmoordactie

Schaduw

je staat achter me
als een schaduw
maar waar ben je
als het donker wordt

Mijn

ik vang m’n gedachten
en schrijf ze vrij

maar niet over jou
jij blijft bij mij

Hemellichaam

ik ben gezwicht
nu zie ik het
met maan licht
je me op

ze legt
een zilversprei
over je schouders
waarop
ik me mag vleien

ze vormt
de golven
van je stem
alsof je m’n wens
de hemel in fluistert

naar
daar
waar
zwakke sterren
op hun bek gaan

maar vooral
als ze vallen
staan
wij sterk

wat is het toch
met jullie
hemelse lichamen
dat me bovenal
kalm maakt

maar ik zal
als jij en zij
verdwijnen en bomen
weer gaan fluiten
mijn gordijn en ogen
sluiten

want naar ’t schijnt
liegt zonlicht niet