Luisteraar
maar wie luistert er
naar de luisteraar
maar wie luistert er
naar de luisteraar
ik geef je m’n hart
om uit te knijpen
tot de laatste druppels liefde
langs je handen sijpelen
leven in het verleden
is wat je me verwijt
alsof je liever zelf even
een herinnering zou zijn
je zou m’n hart niet breken
maar brak je belofte
poëzie
is woordcohesie
en een beetje magie
social distancing:
tussen schutting en baksteen
heeft de zon me lief
tijden zijn onzeker
net als onze harten
maar tijd tikt door
en wij kloppen nog
wil je bij me blijven
tot we vanzelf doven
want ik krijg geen lucht
als ik aan uitblazen denk
ik ben alleen
hoor galmend gepraat
door kalme, verlaten straten
maar middenin de bloeitijd
blijft mijn schoonheid onbemind
ik verlang weer naar dromen
najagen, dansen en dragen
alleen met m’n mensen samen
ben ik stad, ben ik
breda
ze gelooft in een hemel
en ook in een hel
maar ze komt van aarde
dus ze redt zich wel