Meteen naar de inhoud
Home » Gedichten » Pagina 39

Gedichten

Parasiet

’t is weer zover
ik laat ’t gebeuren
volg gedwee
je kruimelpad
zoals ’t hoort

je strooit goed
en ik neem
je liefde, schat
sugarrushend
op elk gelikt woord

ik leef in pieken
en kom bij zinnen
die over je tong rollen
om te beminnen

je vraagt of ik m’n
tong heb verloren
maar hoezo
jij zegt toch voor me
wat je wil horen
en in je oren
klink ik als echo
ho

ja hoor
pak me in
met de strik
die je geschikt vindt
ja hoor
roze is prima
gehakt, gelikt

vind je me mooi zo
mooi zo
zet je me op
in een kooi zo
sta ik er goed op
ben ik jouw cadeau

keer op keer
o m’n lief, o m’neer
of noem ik je naam
en mag ik ’m hebben
want ik heet blanco

tot in m’n kern
zal jij op me teren
zal jij me beheren

je transformeert me
totdat ik sterf
in jouw kleren

neem me dan
en neuk jezelf

Licht

het licht niet aan
jouw duisternis
mijn thuis

Pluk de liefde

je houdt van me
je houdt niet van me
je houdt van me
je houdt niet van me

het steeltje telt mee, he?

Wens

overleden wimpers
van oogleden vegen
want jij en ik blijven
zo blazen wij
tegelijkertijd
eisen eigenlijk;
spuugspetters erbij
voor de zekerheid

Kunstwerk

ik droomde over
onze hartslagen
ritmes creërend
op blanco papier

maar dan dat dure
luxe en gewend
aan het inlijsten
weet je wel

we zouden pronken
aan de mooiste schouw

do not touch!
silence!

en ik huil

Kaarsje

vandaag stak ik een kaarsje aan
daar, in de kapel
waar geen mens komt
maar zoekende zielen
naar zin, en een pyromaan

ik had het eigenlijk
al op zak: vuur
ik kwam om te blussen

maar de schemering
maakte alles lichter
en de koelte
maakte alles verhitter

wat voelde als valsspelen
nochtans goedbedoeld