Meteen naar de inhoud
Home » Gedichten » Pagina 37

Gedichten

Meesterwerk

je bent geen meester
en dit is geen werk
maar lees en luister
creëer en je merkt
je bent al de ster
van je levenswerk


Waanzin

’t is hoe ik je bemin
je bent een afbreking
en mijn handtekening
eindrijm aan ’t begin

de hoofdletter voorin
het wit ertussenin
de punt na elke zin
je ziet ’t evenmin

ga er maar tegenin
noem ’t onzin
waanzin
zeg dat ik ’t verzin

desalniettemin
zit je overal in

Zoals ik deed

ik hoop dat zij het ook ziet
en dan over je schrijft
zoals ik deed, ooit
je bent mooi
als poëzie

Circus

we zullen gieren
temmen de dieren
balanceren het leven
goochelen bedreven

jongleren we lessen
hoe messen te werpen
hoe vuur te spuwen

we zijn de clowns
die we verafschuwen

Hongerig

we zijn dol op gebakken lucht
dus we verzamelen hartjes
uit gemak- en vraatzucht

Adem

je blijft me omringen
terwijl ik je happig in- en uitadem
en in kringelende wolkjes drijf je
tegen je glibberende spiegelbeeld

de afzuiging zuigt niet
of juist wel – taal is ingewikkeld

ik bevrijd je met ongezonde weerzin
uit mijn verstikkende longen

ik breng ons zo zonder meer
minder dan met ridicuul gezoek
naar je zuurstofmoleculen
die ik slik als koek met zoetstof

dus glijd ik onder de zeespiegel
waar grijs water aantrekkelijk lijkt
kleine luchtbellen knappen
tegen de oppervlakte
maar ik ben knapper

niet oppervlakkig
maar haast nog rimpellozer
en voel mij vaak toch schoner
want ik spoel mijn mond
met bellenblaas

hier raas ik mijn woede eruit
en de goederentrein komt er al aan
als storm achter de oceaanwand
met nood aan adem en handrem

ik ben te diep gezonken
maar niet eerder verdronken

je kunt jezelf niet verdrinken
lispelt oma’s tong in de koelkast
maar de mijne staat er vast
minder dubbel in

zeewier versiert mijn porem
als een scheepswrak op de bodem
en ook hier stoort het me enorm
dat ik wederom naar je snak

Knipperlicht

je liefde herhaalt zich
opnieuw en opnieuw
je komt en je gaat
me vervelen

Uitverkoop

je smeekbede
drijft me tot wanhoop

mijn satijngeweven deken
van wekenlange wijsheid
glijdt langs mijn schouders
tot een hoopje uitverkoop

Onthoudbaar

klauw je hebzucht in m’n zij
en bijt je trouw vast in mij
zodat als ik onze verhalen mis
en de betekenis van ’t verleden is
ik kan herlezen wat we bedoelden
toen alle woorden leeg voelden
maar onze lichamen spraken
in vergankelijke talen
die we ter plekke bedachten
in gesprekken van gekte
over onmacht en zwakte
toen we onze harten deelden
op het onhoudbare ritme
dat ons parten speelde