Meteen naar de inhoud
Home » Gedichten » Pagina 41

Gedichten

Kunstje

ze heeft sterven
tot koud kunstje
verheven

over sylvia plath

Noodzaak

ik ben niet altijd
wat je wil
ik ben wel
wat je nodig hebt

en probeer dat
eens te negeren

Oplikken

ik lik me een weg
langs de leugens
op je lippen
om op je tong
je hart te vinden

Degenen

doe het bergpad maar
misschien hangt daar
meerkeuze aan bomen
als verboden appels of

zo maar links genomen
nu zit ik met peren
in mijn maag en
mag ze niet vergelijken

hongerstillend hoor
het mag gezegd
echter naar eigen zwijgen
wilde ik niet echt links maar

het is wat de genen zeiden
degenen in het brein
de enigen met kracht
praten enigszins krom
en ik onmacht recht

door zee luister ik niet
nee, niet zonder meer
ik sneed m’n oren af
als kunst, zinnig niet

de geluidsgolven bleven
stromen zonder reden
zonde meid, zonde

man,
wie houd ik wat voor
wat houd ik wie voor
mam,
voor wat,
dan

laat me toch verdwalen
terecht linksafdwalen
slinks rechtsafdalen

verhaallijnen uitzetten
zonder te hoeven zeggen:
dit stond al geschreven

Missen

zonder jou, missen
m’n doelen hun zin
m’n zinnen hun doel

Breekbaar

als je wist
hoeveel barsten
m’n hart bevat
zouden zelfs
je ogen bang zijn
me te strelen

Je kust

je kust m’n lach
tot geluk

je kust m’n traan
tot verdriet

je kust me
tot leven

Begin

ons begin is een waas
ik herinner me alleen
onze handen ineen
alsof het moest