Jouw naam
je kerft jouw letters
in m’n hart
jij was hier
alweer jij
alleen jij
altijd jij
vraag om je naam
en ik kerm
elke klank
je kerft jouw letters
in m’n hart
jij was hier
alweer jij
alleen jij
altijd jij
vraag om je naam
en ik kerm
elke klank
ik laat je los
bevrijd je
en gestaag
vervaag je
je leefde toch
al een tijdje
op de vlagen
van de wind
je kust
m’n lust
tot honger
(voed me)
zouden we soms
tegelijkertijd
aan elkaar denken
smeek maar
kloppend
lonkend
harder ja
preek maar
schoppend
bonkend
breek me
open en bloot
gegeven, genomen
voor lief
misschien is ’t geen liefde
maar ’t doet er niet voor onder
met je warme adem
bevochtig je het raam
ik teken een hartje
je schrijft onze naam
maar het tocht
ons hartje ontvocht
het was liefde
zolang ’t duren mocht
doet ’t toch zeer
adem nog een keer
je zult zien
het verschijnt weer
ik wil alleen jou
geef me onze plaats en tijd
– niet in dit leven –
het gaat zoals het moet gaan
hé, kom terug
ik lief je
ik loof je
ik heb je geloofd